Eenzaam, maar niet alleen

Het is 1 oktober. Wereld Suïcide Preventie Week voorbij, Week tegen Eenzaamheid voorbij. De extra aandacht ervoor dan, hè. Suïcide ligt niet meer onder een vergrootglas en eenzaamheid heeft geen criteria of minimumvereisten, dus succes allemaal. ‘We mogen weer’, geen idee waar die kreet van is, maar ook zonder aandacht is het onderwerp continu actueel.

Kan het nog online gezet worden, denken jullie, een zelfgeschreven stuk in het kader van bovenstaand? Ondanks dat ‘oktober’ al meer ‘herfst’ klinkt dan ‘september’. Dat is eerder nazomers. Dat ik daardoor misschien de duistere indruk wek dat ik — zoals je vaak zo toepasselijk leest — er een ‘einde’ aan wil maken. Zelfmoord? Doofpot, taboe? Door erover te praten maak je iets bespreekbaar. Wie heeft toch in hemelsnaam bedacht dat praten erover standaard ‘op ideeën brengen’ is? Wanneer ik nu ‘koekenpan’ roep, rent er niemand ineens de keuken in om een maaltijd te maken en is dat dan ‘mijn schuld’.

Waarschijnlijk volgt er een gesprek over een koekenpan. Allerminst ineens een maaltijd. Geen maaltijd.

Maar, kan het dus nog, een publicatie? Aandacht eraan besteden? Ja, ‘want actueel’. Iedere dag.

Het is donderdag vandaag, al de hele dag en duurt nog de hele dag. Verschil met morgen? Ja, er zijn genoeg verschillen. Er waren ook zeker verschillen ten opzichte van gisteren. In beide gevallen zijn er vooral vergelijkingen.

Dit jaar is een jaar waarin er een naam kwam voor het profiel dat niet past volgens het boekje van de DSM-5. Waarom adviezen, tips en handvatten niet werken — waarom niemand een beeld kan schetsen van hetgeen ik ervaar. Waarom ik juist een advies, tip of handvat nodig zou hebben. Ik heb geen voorbeelden, zou niet kunnen afkijken. Eén onzichtbare classificatie is al uitdagend, twee helemaal. En drie? De interactie ertussen.

Een soort ‘alleen op de wereld’ — in feite uiterst eenzaam. Maar mij hoor je er niet over. Ik bespreek de eenzaamheid niet, want niemand deelt diezelfde eenzaamheid. Mijn beste vriend heet ‘ik’ en doordat ‘ik’ mijn beste vriend is, daar is alles mee gezegd. Dus ergens toch ook weer niet eenzaam? Want ik heb ik. Een beste vriend. Die het snapt. Die motiveert. Die helpt. Die meedenkt. Hele donderdagen.

Ik praat er nooit over, want wat zou de reactie moeten zijn? ‘Beterschap’, terwijl het over de DSM-5 gaat? Die reactie heb ik helaas wel eens gehad, ja. Vooral de reactie dat men het ook wel eens heeft, hè? Een trekje. En inderdaad — bij het pakje boter.

Ruilen, iemand? Bewust zijn van het feit dat een DSM-5-classificatie geen ‘beterschap’ of ‘heb ik ook wel eens’ als reactie vraagt? Dat het niet iets is wat ‘te genezen’ valt? Niet iets dat gewoon ‘overgaat’?

Zou je dan uitkomen op ‘blijvend’? Ja, klinkt minder heftig, hè? Maar dat zie je niet. En je hoort mij niet.

Onzichtbare eenzaamheid. Men ziet het niet omdat het niet te zien valt. En wat zij zien, lijkt herkenbaar. Iemand die in hun ogen hetzelfde soort moeheid ervaart zoals zij zich kunnen voorstellen: dat je zou moeten slapen of iets actiefs zou moeten gaan doen. En wanneer ik mij verveel, dan ga ik toch gewoon iets doen? Ik heb immers nota bene alles benoemd wat ik zou kunnen doen en zelfs wat ik wil doen. Maar ik blijf niets doen.

Zeggen dat ik een vol hoofd heb, waarop de oplossing ‘afleiding zoeken’ zou zijn. Het is juist de afleiding die zorgt voor een vol hoofd. Stilte tijdens een wandeling in het bos zou het hoofd leeg moeten maken en frisse lucht zou mij goed doen. Ach, misschien vannacht. In een prikkelarm bos, geen vogels in de lucht, snelweg in de verte en geen tegenliggers waar ik omheen moet manoeuvreren of een ‘hallo’ uit beleefdheid moet registreren.

Of ik een drankje wil, of een joint. De scherpe randjes van de dag, zou dat helpen? Nee, ik wil mijzelf niet verdoven. Ik zou liever iets stimulerends of regulerends hebben. Wanneer de mist in mijn hoofd zou zijn opgetrokken, zou ik functioneren. Dat kan dan niet wanneer ik verdoofd zou zijn. Ook blijf ik liever helder, in plaats van slomer en minder scherp.

Er is genoeg te doen. Hobby’s, werken, in mijn geval zelfs vrijwillig educatie volgen op het gebied van specialismen die mij echt boeien. Dus wat mij energie oplevert. Waarbij ik de aandacht niet verlies en de focus kan vasthouden. Als dat dan eens een donderdag zou zijn, dan is het even later niet nog steeds donderdag maar alweer donderdag.

Maar nu is het een donderdag die sinds vorige week donderdag lijkt te duren. En die duurt natuurlijk ook tot volgende week donderdag. Even de ogen dicht, zonder moe te zijn. Hoeveel prikkels zou ik verwerken gedurende de dag? Wanneer ik die allemaal zou benoemen — hoeveel prikkels zouden er misschien geen naam hebben maar wel worden verwerkt?

Wanneer de mist in mijn hoofd zou zijn opgetrokken, zou ik dus functioneren. Twee stoornissen die elkaar lijken te versterken — geen mist maar dichte mist. In goede omstandigheden lijken zij elkaar ook te versterken, en dan zijn die stoornissen ineens specialismen. Een tegenstrijdige wisselwerking die een wederzijdse bekrachtiging zou kunnen zijn.

Vaardigheden die daardoor bekrachtigd zijn, zijn dus exact wat de dichte mist verbergt. Ik zou de mistlampen kunnen aanzetten, maar wat zie ik dan? Dichte mist: zicht minder dan 200 meter. Goed zicht: meer dan 10 kilometer. En op heldere dagen tientallen kilometers. Voor mijn rekensom neem ik 40 kilometer.

Maar dichte mist. Geen 10 kilometer zicht, want het is geen normaal helder weer. Het kan volledig helder zijn, met zicht over tientallen kilometers. Ik kan je zeggen dat mijn zicht zich dan inderdaad niet beperkt tot die 10 kilometer, ‘het normale’. Wat zou de term zijn wanneer je die 10 kilometer verdubbelt naar 20 kilometer? Dus ‘normaal keer twee’? Misschien ‘buitengewoon’?

En wat als je dan die 20 kilometer ook weer verdubbelt, naar 40 kilometer? ‘Uitzonderlijk’, misschien?

Uitzonderlijk zicht, uitzonderlijke prestaties? Dichte mist die de zwakheden uitzonderlijk maakt — maar wat staat daar tegenover? Talenten. En dan zou je als opschepper overkomen. Dat ik niet vertel wat er bij mij versterkt is aan zwakheden, maar aan talenten. Uitzonderlijke zwakheden versus uitzonderlijke talenten.

Dichte mist versus 40 kilometer zicht. Niet functioneren of uitzonderlijk goed functioneren. Wil ik mijzelf daarom verdoven, zoals de aanname vaak is? Of wil ik mijzelf stimuleren en reguleren, zoals de verdediging vaak is? En die versterking dan — door de twee stoornissen? Dan snap ik dat niemand zich die wisselwerking kan voorstellen of inbeelden. Het ene is al niet zichtbaar, het andere ook niet.

Van de twee samen is dat dus simpelweg uitgesloten; dan ook nog eens onzichtbaar — versterking daarbij opgeteld en ineens ontbreekt de omschrijving. Het tegenovergestelde van 40 kilometer zicht willen uitleggen. Ja, dichte mist. Twee woorden die als metafoor twee stoornissen moeten omschrijven. Ik zou er bijna om moeten lachen, en dat doe ik bij de uitleg over 40 kilometer aan zicht. Want dat is zichtbaar. Als ik functioneer. Als ik mag functioneren.

Bij dichte mist lach ik niet, maar eerder het tegenovergestelde. De hele donderdag, tot de donderdag om is. Nee, ik lach liever. De hele donderdag, tot het ineens weer donderdag blijkt te zijn.

Eenzaam maar niet alleen, en zeker geen zelfmoordneigingen — zelfs niet depressief. Niet iedereen die eenzaam is, maakt dat kenbaar. Immers blijft dat ergens een zwakte en ligt er automatisch een taboe op. En dat taboe mag doorbroken worden. Taboes in het algemeen mogen eigenlijk doorbroken worden. Bijna 2027, kom zeg.

Er zijn geen criteria voor eenzaamheid, wel is eenzaamheid een ontzettend groot begrip dat verder reikt dan... Ach, daar is-ie dan eindelijk — de horizon. De ironie zelve. Compleet, dit schrijfsel. Van dichte mist naar horizon. Nu afgeleid en ben ik zomaar ineens het beoogde einde van dit verhaal vergeten. Weet je, dan laten we het hierbij. Nu snel dichtlikken, postzegel erop en klaar — net op tijd voor de laatste elektrieke postlediging door de PTT vandaag.


Denk je aan zelfdoding? Praten kan helpen. Bel gratis 113 of chat via 113.nl. Bij direct levensgevaar: 112.